De behandelingsmethodes en controlemiddelen van diabetes mellitus zijn in het voorbije decennium dermate geëvolueerd, dat het natuurlijk verloop van de aandoening sterk verbeterd is door het bereiken van een betere metabole diabetescontrole. De resultaten van de DCCT-studie (1993) illustreren dit op een overtuigende wijze.
Behalve door de factor van metabole diabetescontrole en de eventuele aanwezigheid van late verwikkelingen (nierlijden, oogletsels, ...) wordt de gezondheid van de persoon met diabetes ook bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van andere gekende risicofactoren voor vaatlijden. Hiertoe behoren hypertensie, hyperlipidemie, zwaarlijvigheid, nicotine-misbruik,... Recente studies tonen aan dat personen met diabetes minstens even gunstig reageren op een correctie van deze factoren als personen zonder diabetes.
Het is ongepast dat men voor het berekenen van een verzekeringsrisico vaak nog steeds blijft gebruik maken van statistieken die gesteund zijn op de vroegere behandelingsmethodes.
Een persoon met diabetes die een verzekeringspolis wenst af te sluiten moet worden beoordeeld als een individu, bij wie met het geheel van zijn risicofactoren moet worden rekening gehouden. Al te vaak worden personen met diabetes als groep beoordeeld en daardoor een hoog risico aangemeten. Daardoor worden zij van bepaalde verzekeringsvormen (bv. een hospitalisatieverzekering) uitgesloten, of moeten zij een onverantwoord hoge bijpremie betalen (bv. bij levensverzekeringen).
Het is dus niet correct bepaalde types van verzekeringen systematisch te weigeren aan personen met diabetes. Dit geldt in de eerste plaats voor een hospitalisatieverzekering, maar dit komt ook soms voor bij een verzekering voor een gewaarborgd inkomen.
Precies om het individueel risico van een kandidaat-verzekeringsnemer met diabetes objectief te kunnen bepalen moet de verzekeringsmaatschappij gebruik maken van een relevante medische vragenlijst.
Deze vragenlijst moet worden aangepast al naargelang het type verzekering. Zo ligt het voor de hand dat de vraag naar het al dan niet bestaan van hypercholesterolemie wel relevant is voor het afsluiten van een levensverzekering maar niet van een autoverzekering.
Dit houdt in dat voor verzekeringen waar het risico op lange termijn moet worden ingeschat (levensverzekering, schuld-saldoverzekering, hospitalisatieverzekering, gewaarborgd inkomen) objectieve en controleerbare lange-termijn-parameters worden gevraagd (zoals HbA1c, microalbuminurie, nierfunctie, lipiden, oogfundus, ... ) in plaats van niet-relevante momentopnames (zoals glucosurie, acetonurie, orale GTT).