HOMEPAGE

 

 

De DCCT, de Diabetes Control and Complications Trial, is een groot onderzoek dat werd uitgevoerd in 29 ziekenhuizen in de Verenigde Staten van Amerika en Canada, om de effecten van de instelling van diabetes op het ontstaan van complicaties ten gevolge van diabetes te kunnen beoordelen.

Het DCCT onderzoek
Het doel van dit onderzoek was tweeledig:
1. in een groep mensen met diabetes zonder complicaties werd bestudeerd of intensieve behandeling met insuline het ontstaan van complicaties kon voorkomen
2. in een andere groep mensen die wel, maar weinig ernstige complicaties hadden, werd bestudeerd of intensieve behandeling met insuline het voortschrijden van diabetische complicaties, met name retinopathie, kon voorkomen.
De DCCT studie begon in 1982. Aan het onderzoek namen in totaal 1441 patiënten met type 1 diabetes (insuline-afhankelijke diabetes mellitus) deel. Er werden 2 behandelingen toegepast, en door loting kwam een deelnemer in één van deze behandelingsgroepen: een gewone behandeling dan wel een intensieve behandeling.

Doel van de gewone behandeling was het bestrijden van klachten ten gevolge van de diabetes, zowel klachten door te hoge als klachten door te lage bloedsuikers. Dit diende te worden bereikt met behulp van 1-2 injecties insuline per dag, voorlichting op het gebied van dieet en lichaamsbeweging, regelmatige zelfcontrole, eerst van urine glucose en later van bloedglucose, en driemaandelijkse bepaling van het gehalte van geglyceerd hemoglobine (HbA1c). Dit laatste is een maat voor de diabetes instelling gedurende de voorafgaande 2 maanden

Bij de intensieve behandeling werd gestreefd naar een zo normaal mogelijk bloedglucose gehalte gedurende de dag, tussen de 4 en de 8 mmol/l, en een HbA1c-gehalte van 6,05% of lager. Voor dit doel werd overgegaan op drie of meer insuline injecties per dag, en in sommige gevallen behandeling met een insuline pomp. De insuline dosering werd bijgesteld op geleide van het bloedglucose gehalte, welk door de patiënten tenminste 4 maal per dag werd gemeten.
Overzetten op een schema met vier injecties of op een insuline pomp werd uitgevoerd tijdens een opname in het ziekenhuis. Daarnaast werden de deelnemers regelmatig geïnstrueerd en begeleid door een diëtiste, en door diabetesverpleegkundige. Zij kwamen maandelijks voor controle in het ziekenhuis op de polikliniek terug, terwijl er tenminste 1 x per week telefonisch contact was met de diabetesverpleegkundige. Behoorlijk intensief dus

De diabetes instelling
Zoals gezegd, werd door middel van loting beslist welke behandeling iemand kreeg, de gewone of de intensieve behandeling. Uiteindelijk kregen 730 patiënten de gewone behandeling, en 711 vielen in de intensief-behandelde groep.

Tijdens het onderzoek was in de gewone behandelingsgroep het gemiddelde gehalte van HbA1c 8.9%, hetgeen een matige instelling betekent. In de intensief-behandelde groep schommelde het HbA1c gehalte tussen de 7.0 en 7.2 %. Dit betekent een vrij goede regulatie. Deze gegevens wijzen er dus op dat het verschil in HbA1c tussen de twee behandelingsgroepen 1.5 tot 2.0% bedroeg. De gemiddelde bloedglucose gehalten, die door de deelnemers regelmatig zelf werden gemeten met behulp van een bloedglucosemeter, waren 8.6 mmol/l in de intensief-behandelde groep, en 12.8 mmol/l in de gewoon-behandelde groep.

Effecten van goede diabetes instelling

Complicatie

daling kans complicatie

verergering netvliesafwijkingen

54 %

ontstaan van ernstige netvliesafwijkingen

46 %

noodzaak van behandeling met laserstralen

54 %

ontwikkeling van ernstig eiwitverlies in de urine

56 %

ontwikkeling van zenuwklachten van de benen

58 %

Conclusie
De DCCT studie heeft duidelijk aangetoond dat het risico op met name afwijkingen van de kleine bloedvaatjes en neuropathie afneemt naarmate de instelling van de diabetes beter is. Heel duidelijk geldt: hoe beter de instelling, des te kleiner de kans op complicaties.
De resultaten zijn waarschijnlijk van toepassing op alle personen met type 1 diabetes mellitus. Aan het onderzoek deden echter geen kinderen jonger dan 13 jaar mee, en evenmin personen met verder gevorderde complicaties.
Alhoewel er ook geen mensen met type 2 diabetes aan het onderzoek deelnamen, gelden de gunstige effecten van betere instelling waarschijnlijk ook voor deze groep patiënten. Immers, de verstoringen die leiden tot het ontstaan van oog- en zenuwafwijkingen zijn bij deze groep mensen hetzelfde als bij mensen met type 1 diabetes.
Er zijn echter wel andere groepen patiënten voor wie de baten van zeer scherpe instelling niet vast staan, of bij wie scherpe instelling zelfs schadelijk kan zijn: mensen met steeds terugkerende ernstige hypo's, of mensen die hypo's niet goed voelen aankomen of niet goed waarnemen.