BMI = het lichaamsgewicht (in kg) gedeeld door de lichaamslengte (in m) in het kwadraat.
Een voorbeeld voor een vrouw van 76 kg die 1,63 m groot is:
BMI = 76 kg
____________ = 28,6
1,63 x 1,63
BMI-waarden:
| < 18 | ondergewicht |
| 18 - 21 | u bent slank |
| 22 | ideaal |
| 23 - 25 | iets te zwaar maar nog geen overgewicht |
| 26 - 30 | overgewicht |
| 31 - 35 | obesitas |
| 36 - 40 | morbide obesitas (ziekmakende zwaarlijvigheid) |
| > 40 | ernstige zwaarlijvigheid, u bent kandidaat voor maagverkleining |
Ook het meten van de middelomtrek ter hoogte van de navel geeft een goede indicatie over uw gewicht (lengte speelt hier geen rol)
| vrouwen > 80 cm | obesitas |
| mannen > 94 cm | obesitas |
| vrouwen > 88 cm | morbide obesitas |
| mannen > 102 cm | morbide obesitas |
BMI bij kinderen
De BMI-schaal is niet van toepassing op kinderen en jongeren (<20 jaar). Tijdens de groeifase verandert namelijk de hoeveelheid vetweefsel. Bovendien is de BMI bij kinderen geslachtsafhankelijk: meisjes hebben gemiddeld een iets hogere BMI dan jongens. Voor de interpretatie van de BMI van kinderen en jongeren van 2 tot 20 jaar maakt men gebruik van geslachtsspecifieke groeicurven
Overgewicht (maar evenzeer ondergewicht) houdt een aantal gezondheidsrisico’s in, zoals een hoger risico op hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes, bepaalde vormen van kanker, enz.
Het absolute gewicht op zich zegt echter bijzonder weinig omdat ook rekening moet worden gehouden met de lichaamsbouw, de aanwezigheid van vet, de plaatsen waar dat overgewicht geconcentreerd is, enz.