§ 3. De uitoefening van de rechten
De rechten die werden toegekend door de nieuwe wet worden in principe uitgeoefend door de patiënt zelf.
In bepaalde gevallen kan men dat noodgedwongen ook door andere personen laten doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een minderjarige patiënt of voor een dementerende bejaarde.
Opgemerkt wordt dat de nieuwe wet de plaatsvervangende uitoefening van de patiëntenrechten enkel geldt op het ogenblik dat en voor de periode dat de patiënt niet in staat is zijn rechten zelf uit te oefenen.
"benoemde vertegenwoordiger", die hierin heeft toegestemd.
Deze vertegenwoordigers kunnen alle patiëntenrechten uitoefenen behalve het rechtstreekse recht van inzage van het patiëntendossier. De vertegenwoordiger dient steeds op te treden in het belang van de patiënt. Indien de arts merkt dat dit niet het geval is dan kan de arts indien de volgende voorwaarden zijn vervuld van de beslissing van de vertegenwoordiger afwijken: