HOMEPAGE

 

 

Van mijn kinderjaren kan ik me niet zoveel meer herinneren. Als ik oude foto’s bekijk, komen er echter grote delen terug. Samen met mijn twee zussen, een tweeling, groeide ik op in de buitenlucht. Doordat we alledrie bijna even oud zijn - ik ben maar achttien maanden ouder - hadden we niet zozeer behoefte aan andere vriendinnetjes. Wij betekenen echt alles voor onze ouders. Ze waren er altijd en stonden altijd voor ons klaar.
We werden tieners, en zoals iedereen rebelleerden we wel eens tegen onze strenge opvoeding, vooral wat mijn gezondheid betrof...

1973
Ik was zestien en gedurende een maand lang heel ziek. Ik was kilo’s afgevallen en had ongelooflijk veel dorst. Ik was heel bang en mijn ouders waren er totaal van ondersteboven. Binnen de week werd ik gediagnosticeerd en opgenomen in het ziekenhuis voor iets dat men suikerziekte noemde. Ik herinner me dat ik me opgelucht voelde. Ik ging in elk geval niet dood.
De volgende twee jaren bezorgde de diabetes mij zo goed als geen last en trok ik het me ook allemaal niet zo erg aan. Mijn ouders hadden de ziekte als het ware van mij overgenomen.
Met het ouder worden kwamen de problemen. Ik wilde niet met diabetes opgescheept zitten. Ik wilde leven zoals iedereen en niet onderworpen zijn aan een dieet, injecties en urinecontroles op gezette tijden.

1981
Ik was nu vierentwintig jaar en had als studierichting verpleging gevolgd in het St. Vincentiusziekenhuis. Toch bleef ik nonchalant omspringen met mijn diabetes.... wat natuurlijk niet zonder gevolgen bleef.

1983
Voor het eerst werd ik bang. Hoewel iedereen het al honderden keren tegen me gezegd had, had het nooit effect gehad. Nu drong het plots in alle hevigheid tot me door. Het was echt een hele omwenteling in mijn behandeling. Stelde ik vroeger mijn eigen wetten op, nu probeerde ik heel stipt de raad van mijn arts op te volgen.Maar het was al te laat; de verwikkelingen kwamen langzaam, maar doordat ik geen discipline had wat betreft mijn diabetesregeling, gingen ze in sneltempo verder achteruit.
Het begon met oogbloedingen, zenuwpijnen, nierproblemen... tot ik in 1994 op 37-jarige leeftijd moest starten met hemodialyse! Het was het einde van alles. Hoewel ik het onbewust toch heb geweten, kon ik het niet aanvaarden.

1999
Op 42-jarige leeftijd onderging ik uiteindelijk een gecombineerde nierpancreas transplantatie.
Ik heb heel wat verwikkelingen gehad tijdens mijn diabetes, maar de verwikkelingen die ik na de transplantatie heb gehad zijn zeker niet te onderschatten.
Ik heb het niet gemakkelijk gehad, vooral psychisch had ik het heel moeilijk, maar ondanks dit alles zou ik nooit meer terug willen naar ‘vroeger’.
Ik voelde me lichamelijk sterker worden, beetje bij beetje ging ik vooruit. Als het moet kan een mens meer aan dan jezelf denkt!
Ik hoop dat ik nooit een afstoting meemaak, echter, moest dit om de een of andere reden toch gebeuren hoop ik dat ik een tweede kans krijg! Ik zal zeker niet meer aarzelen of twijfelen, ongeacht mijn toestand. Als mijn dokters me geschikt zouden vinden voor transplantatie zeg ik direct "ja" en. . .ik zou niet vlug genoeg kunnen opgeroepen worden!

Tot slot:
Ik heb zeker niet het recht van spreken. . . toch hoop ik dat, als iemand hoort dat hij diabetes heeft, hij een ander standpunt  inneemt dan ik heb gedaan, op een andere manier zal leven... Ik wilde niet luisteren naar goede raad, naar waarschuwingen voor eventuele gevolgen... Ik was echt heel koppig en kon zeker geen kritiek verdragen… Ik wist wat de gevolgen waren maar heb nooit willen geloven dat ik ze ‘zo jong’zou krijgen. .Ik dacht dat het bij mij ‘anders’ was. Ik veronderstelde dat, als er dan toch verwikkelingen zouden optreden, het pas op hele late leeftijd zou zijn, als ik het me eigenlijk niet goed meer besefte.
Hoe fout was ik! Ik weet niet of ik anders zou gereageerd hebben als ik een goede voorlichting had gehad. Toch denk ik dat, als ik toen iemand ontmoet had die, net zoals ik op zestienjarige leeftijd diabetes had gekregen en... op 37 jaar aan de dialyse moest, ik misschien anders zou gehandeld hebben.... maar spijt komt altijd te laat.

27 februari zal voor mij altijd een speciale dag blijven, een dag vol vreugde en dankbaarheid, een dag om te vieren. Dit is het niet voor iedereen. Voor de familie en vrienden van mijn donor zal dit een dag vol droevige herinneringen zijn, van verdriet. Toch is het dankzij hun beslissing voor orgaandonatie dat een ander, een vreemde, een betere kwaliteit van leven heeft gekregen, dat ik opnieuw een levenskans heb gekregen!

Bij deze wil ik alle mensen danken:
Mijn man, ouders, vrienden, familie, kennissen en.. .al mijn dokters. Ik bedank iedereen die me geholpen heeft, voor alle steun die ik van hen heb gekregen, hun begrip en medeleven. . . Nooit heeft iemand me verweten of erop gezinspeeld dat het mijn eigen schuld was, dat ik het zelf gezocht had. . .Ik bewonder jullie daarvoor! Ik kan nooit, in mijn hele verdere leven, in woorden neerschrijven wat jullie allemaal voor me gedaan en betekent hebben…en nog steeds!

Ik heb mijn ervaringen hierover neergeschreven in een boek.
In dit boek vindt je als inleiding, een korte schets van mijn kinderjaren en het ontstaan van mijn diabetes op 16-jarige leeftijd. Hoe ik dit heb verwerkt en probeerde te aanvaarden. Maar het gaat vooral over mijn gebrek aan zelfdiscipline en controles, mijn koppigheid en roekeloze manier van leven… Deze waren de oorzaak van tal van verwikkelingen: neuropathie zowel uitwendig als inwendig, oogbloedingen, teenwondjes en …nierdialyse waardoor ik uiteindelijk geen keuze meer had en een nierpancreas transplantatie noodzakelijk was. Het bevat mijn dagboek dat ik heb bijgehouden vanaf mijn transplantatie tot 1 jaar na de thuiskomst.