HOME
 

 

 

Bij deze afbeeldingtechniek komt de patiënt te liggen in een lange tunnel die een sterke magneet bevat, waarmee het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt. Dat berust hierop dat in het weefsel de wateratomen (eigenlijk zijn het de waterstofatoomkernen) zich als miniatuurmagneetjes kunnen gedragen. Verder worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (men noemt dat resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie weer uitgezonden als een signaal waarin allerlei bijzonderheden van het weefsel zijn vervat. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan).  Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan. Ook hangt het signaal af van de duur van de perioden waarin de radiogolven worden uitgezonden, omdat hiermee bepaalde kenmerken van de magnetisatie (T1 en T2) tot uiting worden gebracht. Zo kan men zogenaamde T1-gewogen beelden verkrijgen waarin de eigenschap T1 de overhand heeft; op deze beelden verschijnen liquor (hersenvocht) en waterrijke structuren donker. Daarentegen zijn liquor en waterrijke structuren op T2-gewogen beelden juist wit. Door de keuze van de T1- of T2-weging kan men van de weefsels bepaalde aspecten zichtbaar maken. MRI-beelden zijn daarom zeer gedetailleerd in het vertonen van de verschillende weefsels, maar een nadeel is dat het bot zelf niet zichtbaar is (wel het beenmerg), omdat het bijna geen water bevat.
Met de MRI kan de aard van het weefsel nader worden onderzocht met behulp van spectroscopie. Wanneer bepaalde stoffen op bepaalde plaatsen in verhoogde concentraties worden aangetroffen kan dit wijzen op b.v. de aanwezigheid van een tumor. Men ook de functie van bepaalde hersendelen nagaan door tijdens het onderzoek de patiënt bepaalde opdrachten te laten uitvoeren (b.v. lezen of herkennen van afbeeldingen). Als de corresponderende hersendelen daardoor actief worden is dit met de MRI aan te tonen. Zulk onderzoek is belangrijk voor het precies lokaliseren van neurologisch belangrijke gebieden.

Het onderzoek
Om het onderzoek te kunnen uitvoeren, wordt men in de tunnel van het MRI apparaat geschoven. Vervolgens worden er meerdere opnamen gemaakt. De tijd die nodig is voor het maken van een opname kan variëren van een paar seconden tot ongeveer 10 minuten. Het is heel belangrijk dat men tijdens die periode zo stil mogelijk blijft liggen, omdat anders de foto’s mislukken.
Tijdens het maken van deze foto’s hoort men kloppende of ratelende geluiden (vergelijkbaar met bijvoorbeeld een klop - of hamerboor).
De geluidshinder kan worden verhinderd door het gebruik van oordopjes. Men kan hierom vragen bij de laborant(e) die de patiënt bij het onderzoek begeleidt.
Door middel van o.a. een intercom bestaat de mogelijkheid contact te hebben met de laborant(e) die het apparaat bedient.
In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er een contrastmiddel wordt toegediend. Dit wordt dan door middel van een injectie in een bloedvat in de arm ingespoten.
Bij de meeste onderzoeken bestaat de mogelijkheid om iemand mee te nemen in de onderzoeksruimte. Die persoon zit dan aan het uiteinde van het apparaat.

Copyright © 2003-2011 Erna's Diabetes-transplantatie - Disclaimer - Webmaster -