Arteriële catheterisatie wordt uitgevoerd door punctie van de beenslagader (liesplooi). De sonde wordt vervolgens ingebracht in de aorta en in de linker kamer. Men kan registraties van de druk verrichten of een vloeistof injecteren die röntgenstraling absorbeert, zodat de binnenzijde van het hart op het beeld verschijnt en de bewegingen in de hartkamer kunnen worden afgebeeld (ventriculografie). Deze vloeistof kan soms een reactie veroorzaken bij een allergische patiënt (joodallergie). Tijdens de 24 uur volgend op het onderzoek wordt een drukverband aangebracht. Gedurende 6 tot 24 uur (naargelang van de diameter van de sonde) wordt bedrust opgelegd om het risico op hematoom ter hoogte van de punctieplaats te beperken.