Veneuze catheterisatie wordt uitgevoerd door punctie van de halsader (onderaan de hals) of van de beenader (liesplooi). De sonde wordt achtereenvolgens in de bovenste of onderste holle ader, de rechter boezem, de rechter kamer en de longslagader ingebracht. Aan de hand van veneuze catheterisatie kan men de druk ter hoogte van de hartcaviteiten en de pulmonale druk meten. Met dit onderzoek kan men nagaan of er al dan niet pulmonale hypertensie (te hoge druk in de longen) is, die een contra-indicatie zou kunnen vormen voor harttransplantatie. Men kan eveneens het hartdebiet meten of de hoeveelheid bloed die per minuut door de hartpomp verplaatst wordt.