![]()
Soorten catheters
Veneuze catherisatie
Arteriële catherisatie
Techniek
Nazorg
Maatregelen
BETEKENIS
Hartcatheterisatie (Coronarografie) is het onderzoek waarbij een dunne slang of catheter tot in het hart wordt gevoerd. De catheters, die ruim een meter lang zijn kunnen vanuit de lies of vanuit de elleboogsplooi door de bloedvaten heen naar het hart worden geschoven. Het gaat dus om een invasief onderzoek.
Coronarografie is het enige onderzoek waarmee men de kwaliteit van het coronaire netwerk kan beoordelen. Dit onderzoek wordt routinematig uitgevoerd in het kader van de diagnose van een coronaire aandoening (angina pectoris, myocardinfarct) en wordt over het algemeen gecombineerd met ventriculografie.
Het onderzoek gebeurt onder lokale anesthesie van de punctieplaats en onder radioscopische controle (traject van de sonde gevolgd op een televisiescherm). De patiënt wordt op de rug op een harde en voor röntgenstralen transparante onderzoekstafel gelegd. Het hartritme en het elektrocardiogram worden hierbij continu gevolgd. Ritmestoornissen treden frequent op; ze zijn meestal goedaardig en verdwijnen zodra de sonde weggehaald wordt.
HARTCATHETERS BESTAAN IN VERSCHILLENDE UITVOERINGEN
De 'elektrode- catheter' is in feite een elektrisch snoer met in het midden een geleidende draad die kan dienen om elektrische prikkels naar het hart te sturen dan wel om elektrische signalen van het hart op te vangen. Deze catheters worden gebruikt wanneer een patiënt een pacemaker moet hebben of wanneer er een onderzoek nodig is naar de oorzaken van een onregelmatige hartslag: elektrofysiologisch onderzoek.
Holle catheters maken het mogelijk de bloeddruk binnen het hart te meten. Hiertoe wordt het uiteinde van de catheter verbonden aan precisiemeetapparatuur. Vanzelfsprekend kan er door deze catheters ook vloeistof worden ingespoten, of dit nu geneesmiddelen zijn of z.g. contrast-vloeistoffen, stoffen die zich binnen in het hart mengen met het bloed en zichtbaar kunnen worden gemaakt op röntgenfilm.
Bij een hartcatheterisatie kunnen, zonder dat dit voor de patiënt pijnlijk of schadelijk is, vaak verschillende catheters tegelijk of na elkaar worden gebruikt. Het onderzoek geschiedt bijna altijd in de 'catheterisatiekamer' waarin het met behulp van röntgenapparatuur mogelijk is de loop van de catheters te volgen en precies te registreren wat er gebeurt. Dit geeft de cardioloog de gelegenheid na afloop de catheterisatiegegevens nog eens rustig te bekijken. In een later stadium krijgt hij dan bovendien de beschikking over een CD waarop alle fims nog eens te bekijken zijn.de 35 mm.
De patiënt is voor al deze registraties bij het onderzoek omringd door grote en ingewikkelde apparaten waaraan hij vaak even moet wennen. ![]()
VENEUZE CATHETHERISATIE OF RECHTER CATHETHERISATIE
Veneuze catheterisatie wordt uitgevoerd door punctie van de halsader (onderaan de hals) of van de beenader (liesplooi). De sonde wordt achtereenvolgens in de bovenste of onderste holle ader, de rechter boezem, de rechter kamer en de longslagader ingebracht. Aan de hand van veneuze catheterisatie kan men de druk ter hoogte van de hartcaviteiten en de pulmonale druk meten. Met dit onderzoek kan men nagaan of er al dan niet pulmonale hypertensie (te hoge druk in de longen) is, die een contra-indicatie zou kunnen vormen voor harttransplantatie. Men kan eveneens het hartdebiet meten of de hoeveelheid bloed die per minuut door de hartpomp verplaatst wordt. ![]()
ARTERIELE CATHETHERISATIE OF LINKER CATHETHERISATIE
Arteriële catheterisatie wordt uitgevoerd door punctie van de beenslagader (liesplooi). De sonde wordt vervolgens ingebracht in de aorta en in de linker kamer. Men kan registraties van de druk verrichten of een vloeistof injecteren die röntgenstraling absorbeert, zodat de binnenzijde van het hart op het beeld verschijnt en de bewegingen in de hartkamer kunnen worden afgebeeld (ventriculografie). Deze vloeistof kan soms een reactie veroorzaken bij een allergische patiënt (joodallergie). Tijdens de 24 uur volgend op het onderzoek wordt een drukverband aangebracht. Gedurende 6 tot 24 uur (naargelang van de diameter van de sonde) wordt bedrust opgelegd om het risico op hematoom ter hoogte van de punctieplaats te beperken.![]()
TECHNIEK CATHETHERISATIE
De patiënt wordt in zijn eigen bed naar de catheterisatiekamer gereden. Daar stapt hij in het algemeen zèlf op de onderzoektafel waar alles tot in de puntjes wordt voorbereid. Er mogen geen infecties optreden en de huid wordt daarom op de plaatsen waar de catheters worden ingebracht goed schoongemaakt met jodium. Daarna wordt de patiënt met grote groene doeken afgedekt. Ook de röntgenapparatuur wordt meestal met dergelijke doeken 'steriel' afgeschermd. De cardioloog en het overige personeel dragen speciale kleding, net zoals dit in operatiekamers het geval is.
De huid wordt, op de plaats waar de catheter moet worden ingebracht, plaatselijk verdoofd. Dit geschiedt door een prik die te vergelijken is met de verdoving bij een tandarts. Een catheter die naar de linkerkant van het hart gaat moet als het ware tegen de stroom opzwemmen: dit gaat door een slagader.
Om naar de rechterkant van het hart te komen gaat de catheter met de stroom mee, via een ader of vene. Of het onderzoek 'vanuit de lies' of 'vanuit de arm' geschiedt, hangt soms af van het onderzoek zelf maar meestal van de voorkeur en de ervaring van de onderzoeker.
De verdoving is alleen nodig voor de huid en de weefsels die daar direct onder liggen: binnen in de bloedvaten voelt de patiënt geen enkele pijn en de catheter kan vrij bewogen worden zonder enige onaangename sensatie voor de patiënt. Hij (of zij) kan dan ook dikwijls zonder ongemak op het monitorscherm volgen wat er gebeurt.
Om een goede indruk te krijgen van de werking van het hart wordt een film gemaakt terwijl er een vloeistof (het eerder genoemde 'contrast') in een van de holten van het hart gespoten wordt. Dit contrast mengt zich met het bloed en vult de holte geheel. De bewegingen van de hartwanden worden dan zichtbaar op de tegelijkertijd gemaakte röntgenfilm. Vaak zal de cardioloog tijdens het filmen de patiënt vragen de adem in te houden. Gedurende het filmen maken de camera en de röntgenapparatuur nogal wat lawaai. Bovendien veroorzaakt de contraststof een gevoel alsof alles, van hoofd tot aan de tenen toe, warm wordt terwijl de patiënt tevens het gevoel kan krijgen alsof hij moet plassen. Deze warmtegevoelens verdwijnen in ca. 15 seconden, in een enkel geval gaan ze gepaard met een kortdurende misselijkheid. Deze laatste komt gelukkig tijdens de rest van het onderzoek niet meer terug. Dit is een van de redenen waarom patiënten voor het onderzoek niet mogen eten: 'nuchter moeten blijven'.
Niet alleen de bewegingen van de wanden van het hart en de vorm van de holten worden vastgelegd, het is ook mogelijk een speciaal voorgevormde catheter bij het begin van de kransslagaderen te leggen. Op deze manier kan een hele kleine hoeveelheid contrastmiddel in de kransslagaderen worden gespoten en kan het verloop van deze vaten zichtbaar worden gemaakt. Vernauwingen kunnen precies worden vastgesteld.
Bij het inspuiten van contrast in de kransslagaderen voelt de patiënt meestal geen warmtegevoel maar hij kan pijnklachten op de borst krijgen. Daarom wordt hem van te voren verteld dat hij dit direct moet zeggen zodat de altijd aanwezige verpleegkundige hiervoor een tablet onder de tong kan leggen. Meestal wordt dan met het onderzoek even gewacht tot de patiënt zich weer goed voelt.
Als het onderzoek, dat ca.1 uur duurt maar soms langer kan uitlopen, geheel is afgelopen en de catheters zijn verwijderd wordt het wondje in de elleboog met een paar hechtingen gesloten. Bij een onderzoek vanuit de lies wordt de aangeprikte plaats geruime tijd met de hand afgedrukt en daarna verbonden. De patiënt gaat daarna van de onderzoektafel terug op zijn eigen bed en dan naar zijn eigen afdeling. De patiënt die via de lies is gecatheteriseerd moet een aantal uren lang bedrust houden met een drukverband. Het been met het drukverband In de lies moet dan stil blijven liggen. Dit plat liggen kan voor de patiënt lastig zijn als hij ontlasting moet hebben of wil plassen. De verpleging weet dit natuurlijk en zal bij dit ongemak helpen.
Het lange stilliggen, zowel bij het onderzoek als daarna is voor patiënten met rugklachten wel eens extra vervelend. De bloeddruk wordt in de eerste uren regelmatig gecontroleerd terwijl bij een onderzoek vanuit de arm ook de pols regelmatig wordt gevoeld.
De diverse onderzoeken waarbij catheters in het hart en in de kransslagaders worden gebracht verlopen meestal zonder enige problemen. Een enkele maal treden bijverschijnselen op zoals een bloeduitstorting op de plaats waar de catheter werd ingebracht, afwijkingen van het hartritme, een overgevoeligheidsreactie op het contrastmiddel of kramp van een kransslagader. Daarnaast treden hoogst zelden echte complicaties op. Stolselvorming in de bloedbaan kan leiden tot een hartinfarct of een hersenbloeding. Ook kan de hoeveelheid vloeistof die wordt toegediend aanleiding geven tot overbelasting van de bloedsomloop en kortademigheid.
In het algemeen hangt de ernst van complicaties samen met de ernst van de hartziekte. Sterfte als direct gevolg van het onderzoek trad in een groot Amerikaans onderzoek op in minder van 1 per 1.000 patiënten.
Het team dat het onderzoek uitvoert is gespecialiseerd in het voorkomen en het behandelen van dergelijke problemen, mochten zij zich voordoen. Door de cardioloog die tot het onderzoek heeft geadviseerd wordt altijd de geringe kans op dergelijke problemen terdege afgewogen tegen de voordelen van de belangrijke informatie die door de hartcatheterisatie wordt verkregen. ![]()
NAZORG
Meestal mag de patiënt op de ochtend na de catheterisatie weer naar huis. De cardioloog heeft direct na het onderzoek al een voorlopige indruk gekregen van wat er aan de hand is. Voor een definitief oordeel en een advies aan de patiënt is er echter meer nodig: er moet nogal wat uitgerekend worden en ook moet de film van de coronairangiografie (zichtbaar maken van de kransslagaderen) nog worden bekeken. Wanneer alle gegevens verzameld zijn vindt er meestal een bespreking plaats tussen de eigen cardioloog en een cardioloog en hartchirurg van een hartchirurgisch centrum. Alles wat er over de patiënt bekend is, ook van voor de catheterisatie, wordt dan meegewogen alvorens er een definitief advies komt. Deze teambespreking vindt soms plaats in een ander ziekenhuis dan waar de patiënt is onderzocht: hartoperaties worden nu eenmaal niet in elk ziekenhuis gedaan. De uitslag van het onderzoek kan daarom nog wel eens op zich laten wachten .
Het 'uitslaggesprek' tussen cardioloog en patiënt geeft beiden de gelegenheid rustig over allerlei zaken rondom de ziekte van de patiënt en over zijn of haar toekomst te praten. Lang niet elke catheterisatie wordt door een hartoperatie gevolgd. Soms worden er in het geheel geen afwijkingen gevonden of zijn de afwijkingen zo gering dat er geen operatie nodig is. Soms ook is het beter dat de patiënt met medicijnen wordt behandeld omdat een operatie niet noodzakelijkerwijs betere resultaten hoeft te geven dan medicijnen. Tenslotte is het ook mogelijk dat de gevonden afwijkingen zich beter lenen voor PTCA ook wel ballondilatatie of Dotteren genoemd. De voordelen van elke behandeling worden altijd uitvoerig tegen de nadelen afgewogen.
Als de patiënt en de cardioloog uiteindelijk besluiten dat er een hartoperatie of PTCA zal volgen dan zullen zij samen moeten spreken over de risico's van de ingreep, over wat er wèl en wat er niet van de behandeling kan worden verwacht, over de keuze van het hartchirurgisch centrum en over het tijdstip waarop de ingreep kan plaatsvinden . De patiënt kan dan ook verdere inlichtingen krijgen, bijvoorbeeld het boekje " 'n Hartoperatie, 't is niet niks" of de folder "PTCA of ballondilatatie" van de Nederlandse Hartstichting en/of het adres van een vereniging die zich in het bijzonder bezig houdt met de voor- en nazorg bij hartoperaties. (De adressen van deze verenigingen zijn ook later nog bij de cardiologen, bij de hartchirurgen en bij de Hartstichting verkrijgbaar). ![]()
MAATREGELEN
Uw heeft nu informatie gekregen over de hartcatheterisatie. Het zal u daarom duidelijk zijn waarom de volgende maatregelen nodig zijn:
1.Enkele uren voor het onderzoek mag u geen vast voedsel meer gebruiken. Drinken is meestal toegestaan.
2.Voor het onderzoek worden de lies, en zonodig de arm, geschoren om de huid beter te kunnen desinfecteren. Ook pleisters houden natuurlijk beter als er geen haren op de huid zitten. Het verwijderen van pleisters is dan bovendien pijnloos.
3.Zorg ervoor dat u vlak voor het onderzoek nog naar het toilet gaat. Het is erg lastig als dit tijdens het onderzoek nodig zou blijken.
4.Indien u korte tijd voor het onderzoek in het ziekenhuis wordt opgenomen moet u alle medicijnen blijven gebruiken zoals u dat gewend was te doen, tenzij uw specialist iets anders heeft gezegd.
5.Zorg dat de verpleegkundige van uw afdeling steeds weet waar u in de uren voor het onderzoek bent. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat artsen, verpleegkundigen of laboratoriumpersoneel u nog voor het een of ander nodig hebben.
6.Vertel aan uw bezoek wanneer het onderzoek zal plaatsvinden en dat de mogelijkheid bestaat dat u door het onderzoek niet bereikbaar bent. Dit bespaart hen ongerustheid als zij u niet op het vertrouwde plekje vinden.
7.Vlak voor het onderzoek krijgt u soms een kalmerend middel om alles zo comfortabel mogelijk voor u te maken.
8.Draag bij het onderzoek geen sieraden die in de weg zouden kunnen zitten of die weg zouden kunnen raken. Laat ze achter op uw kamer of geef ze in bewaring aan de hoofdverpleegkundige.
Heeft u vragen voor, tijdens of na de catheterisatie: aarzel niet, stel ze! Uw cardioloog de verpleegkundige zullen ze proberen te beantwoorden.
In sommige gevallen zal extra dialyse of CAPD noodzakelijk zijn om de contrastvloeistof sneller uit het lichaam te verwijderen. Dit vindt aansluitend aan het onderzoek plaats op de hartbewaking. Wanneer er geen complicaties optreden, kan men de dag na het onderzoek weer naar huis.
Roken heeft een nefaste invloed op hart en bloedvaten.Deze nadelige invloed wordt na transplantatie nog versterkt. Vandaar dat transplantatiekandidaten onverbiddelijk moeten stoppen met roken.
Soms zal het nodig zijn om een kransslagaderoperatie of een verwijding van een vernauwde kransslagader te ondergaan vooraleer een transplantatie mogelijk wordt.
Deze informatie is gedeeltelijk afkomstig uit een brochure van de Nederlandse hartstichting