![]()
![]() |
| Het oog. Bij diabetische retinopathie is het netvlies (retina), de tere lichtgevoelige laag aan de achterkant van het oog, aangetast |
Algemeen
Retinopathie
Netvliesloslating
ALGEMEEN
Het oog bestaat aan de buitenzijde uit een ondoorzichtig wit bindvlies (sclera) met aan de voorzijde een 'helder venster' of hoornvlies (cornea). Het regenboogvlies (iris) en de pupil (= variabele opening in de iris) bevinden zich achter het hoornvlies. De lens bevindt zich direct achter iris en pupil. Tegen de binnenkant van de achterwand van het oog ligt het netvlies (retina) waarop de beelden die we zien geprojecteerd worden. Ten gevolge van diabetes mellitus kunnen er beschadigingen optreden binnen in het oog. Er kunnen afwijkingen ontstaan aan het netvlies (diabetische retinopathie), aan de lens (cataract), aan de oogdruk (glaucoom), aan de brilsterkte, en aan de oogspieren (strabismus).
Glasvocht
Het glasvocht (ook wel glasachtig lichaamgenoemd) is een gelei die het grootste deelvan het oog opvult. Het bevindt zich achter de ooglens. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naarhet netvlies.
Als er een bloeding in de glasvochtruimte ontstaat, kan soms een behandeling met koude (cryotherapie) helpen om de abnormale bloedvaten die de bloeding hebben veroorzaakt te doen verdwijnen. Als de bloeding hierdoor niet voldoende opheldert, kan een vitrectomie worden uitgevoerd. Dit is een operatie waarbij het glasvocht uit het oog wordt verwijderd. Indien nodig kan het netvlies tijdens de operatie ook nog met laserstralen worden behandeld.
Netvlies
Het netvlies (retina) ligt als een dunne laag tegen de binnenkant van de oogbol op een ander vlies, het vaatvlies, dat de lichtgevoelige zenuwcellen van het netvlies van steun en voeding voorziet. De zenuwcellen zetten het binnenvallende licht om in elektrische signalen die via de oogzenuw naar de hersenen gestuurd worden.
Het netvlies is een uiterst delicate structuur. Ernstige letsels kunnen niet hersteld worden en leiden tot een definitieve beschadiging van het gezichtsveld.
De oogholte is grotendeels gevuld met glasvocht , een gel-achtige substantie die op enkele plaatsen aan het netvlies vastzit. Dit glasvocht heeft met het ouder worden de neiging om gedeeltelijk te verwateren. Daardoor krimpt het en komt het geheel of gedeeltelijk van het netvlies los en kunnen er ook scheurtjes in het netvlies ontstaan. Het kan zich ook vroeger voordoen na een ernstig oogletsel of een oogontsteking.
Wanneer er eenmaal een scheurtje bestaat, dan kan er vloeistof tussen het netvlies en de diepere lagen van het oog komen. Dit noemt men netvliesloslating. Het deel van het netvlies dat is losgeraakt van de diepere laag kan niet goed meer functioneren.
De scheur en het loskomen van het stukje netvlies merkt men meestal niet onmiddellijk op. De hechtingspunten tussen het glasvocht en het netvlies zitten namelijk meestal buiten het gedeelte van het netvlies waarmee men kijkt. Een scheur op die plaats heeft daardoor meestal geen directe invloed op het gezichtsvermogen.
Een netvliesscheur kan verergeren bij elke oogbeweging door de kleine rukjes van het glasvocht dat nog aan het netvlies vastzit. Bovendien kan er verwaterd glasvocht achter het netvlies dringen. Dit vocht kan door de oogbewegingen het netvlies steeds verder losmaken van de wand van de oogbol. Er ontstaat dan een blaas in het netvlies die steeds groter wordt totdat het netvlies helemaal van de oogwand loskomt. ![]()
DIABETISCHE RETINOPATHIE
Controle (screening)
Het risico op diabetische retinopathie neemt toe met de tijd dat de diabetes mellitus bestaat. Omdat de diabetes mellitus al aanwezig kan zijn voordat deze werd vastgesteld, en omdat diabetische retinopathie pas in een laat stadium klachten geeft, en er intussen al ernstige vaatnieuwvorming of lekkage kan zijn, is het verstandig voor iedereen met diabetes mellitus regelmatig een oogonderzoek te ondergaan. Indien er geen tekenen van netvliesafwijkingen zijn en er geen andere risicofactoren zijn zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte in het bloed, roken, zwangerschap of overgewicht, kan het oogonderzoek om de twee jaar gebeuren, in alle andere gevallen is jaarlijks onderzoek geadviseerd.
Exsudatieve retinopathie
Diabetische retinopathie is een complicatie van suikerziekte die veranderingen in de bloedvaten van het netvlies geeft. Deze kunnen in twee vormen voorkomen: de exsudatieve retinopathie en de proliferatieve retinopathie. Bij de exsudatieve retinopathie is de wand van de kleine bloedvaten veranderd, waardoor lekkage van bloed en vocht kan optreden. De vetten blijven in het netvlies achter als kleine witte vlekjes, exsudaten. Het vocht beschadigt het netvlies, waardoor de gezichtscherpte blijvend kan verslechteren, met name indien dit niet tijdig is ontdekt.
Proliferatieve retinopathie
Bij de proliferatieve retinopathie ontstaat door veranderingen in de bloedvaten, zuurstoftekort in het netvlies. Hierdoor kan bloedvat-nieuwvorming optreden, en deze vorm heet daarom proliferatieve retinopathie. De nieuwe bloedvaten zijn erg broos en er kunnen dan gemakkelijk bloedingen in het glasvocht binnen in het oog veroorzaken.
![]() |
![]() |
|
| De kleine witte vlekjes links van het midden zijn exsudaten, vandaar de naam exsudatieve retinopathie | De rode streperige vlekken zijn (kleine) bloedingen in het netvlies |
NETVLIESLOSLATING
Een netvliesloslating (ablatio retinae) komt jaarlijks ongeveer bij 1 op de 10.000 mensen voor. Het kan op elke leeftijd optreden, maar bij ouderen (+ 50 jaar) is het risico groter. Bijzienden (-8 of hoger) of mensen met netvliesloslating in de familie lopen meer risico.
Een netvliesloslating kan optreden bij een netvlies met degeneratieve plekken (bij myopie of ouderdom) of ten gevolge van een trauma, meestal in combinatie met een degeneratief netvlies (ongeluk, oogoperatie).
Ook na een staaroperatie of een ernstig oogletsel is het risico toegenomen. Wanneer een netvliesloslating niet wordt behandeld kan het leiden tot slecht zien of blindheid.
Wat doet men?
De plaats van de loslating is bepalend voor de gevolgen:
• plotse daling van de gezichtsscherpte
• 'eilandjes' van gezichtsvelduitval (‘scotomen’)
• vertekeningen door vouwen of plooien in het netvlies
• lichtsensaties, lichtflitsen
• donkere zwevende deeltjes (‘mouches volantes’) veroorzaakt door bloed in het glasvocht)
• een 'gordijn' dat in het oog meebeweegt
Onderzoek
Aan de buitenkant van het oog is niet te zien of er sprake is van een netvliesloslating. Bij de hierboven genoemde verschijnselen is het raadzaam de huisarts of de oogarts te raadplegen. De arts zal met behulp van druppels de pupil verwijden om zo het netvlies goed te kunnen bekijken. In geval van een glasvochtbloeding kan met echo-apparatuur worden vastgesteld of het netvlies van zijn plaats is of niet. Dit onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk.
Behandeling
Laserbehandeling
Als de scheurtjes niet te groot zijn en het netvlies nog niet of nauwelijks is losgelaten, kan de laser worden gebruikt om de aantaste delen van het netvlies te behandelen. Het netvlies rond het scheurtje wordt als het ware gepuntlast. Hierdoor kan worden voorkomen dat de scheurtjes zich uitbreiden of dat er vocht onder het netvlies komt.
De kans dat het netvlies nadien nog loskomt, vermindert sterk, maar een 100% bescherming geeft dit niet. Vaak moet ook het andere oog een gelijkaardige laserbehandeling ondergaan om een netvliesloslating te voorkomen.
Operatie
Indien er vocht onder het netvlies gekomen is, zal de oogarts meestal een operatie aanraden.