Met behulp van röntgenstralen kunnen bepaalde delen, zoals de botten zichtbaar gemaakt worden. Afhankelijk van de dikte van het weefsel zal de straling tegengehouden worden en dit is te zien op de fotografische plaat. Op de foto's kan de oorzaak van de pijn te zien zijn bij een breuk van de wervel, spondylolisthesis/ spondylolysis, een tumor een infectie of de ziekte van Bechterew. Ook kunnen er degeneratieve veranderingen te zien zijn, zoals discusversmalling, osteofyten.
Een röntgenfoto heeft de beperking van onvolledige beeldvorming doordat er alleen een platte schaduw wordt afgebeeld. Foto's voor de rug kunnen zowel liggend als staand gemaakt worden.
Röntgenstralen zijn elektromagnetische golven met zeer korte golflengte die zich naar alle richtingen verspreiden. De verplaatsing gebeurt met de snelheid van het licht (d.i. 300.000 km/sec.). Ze hebben als eigenschap dat ze door materie kunnen gaan en daarbij hun energie aan die materie doorgeven. Als gevolg van deze energie overdracht op de materie is er ionisatie van de materie. Vandaar dat röntgenstralen ook ioniserende straling wordt genoemd.
Hoe worden röntgenstralen opgewekt?
Om röntgenstralen op te wekken maken we gebruik van een röntgenbuis. Deze is opgebouwd uit een kathode waar elektronen worden opgewekt. Door een hoogspanning worden deze elektronen versneld en "botsen" op een, al dan niet draaiende, anode. Daarbij zal de bewegingsenergie volledig of gedeeltelijk omgezet worden in stralingsenergie. Noteer hierbij echter dat er slechts 1% effectief röntgenstraling ontwikkeld wordt de overige energie is hoofdzakelijk warmte.
Vanuit de plaats op de anode waar de elektronen botsen (= focus) wordt de straling in alle richtingen verspreid. Daarom is de röntgenbuis voorzien van een loden omhulsel met slechts op een plaats een venster. Zo bekomt men een bepaalde richting van straling die we naar het te onderzoeken object kunnen richten. Het voordeel van de draaiende anode is dat de warmte beter wordt verdeeld wat de levensduur van de röntgenbuis verlengt.