Het is bekend dat afstoting van nierpancreas meestal samen voorkomen, hoewel het heel sporadisch toch kan voorkomen dat enkel de pancreas – of nier alleen worden afgestoten. Aangezien de transplantnier het vlugst na transplantatie kan opgevolgd worden, zullen eerst deze parameters nauwgezet gecontroleerd worden. Bij een afstoting van de pancreas heeft men een plotse daling in de uitscheiding van urinaire amylasen.
Een gecombineerde nier-pancreastransplantatie is meer immunogeen dan alleen een niertransplantatie, wat leidt tot een hoger risico op acute afstoting en een zwaardere immuunsuppressie dan bij niertransplantatie.
In sommige gevallen komt de werking van de transplantorganen niet goed op gang en is de eerste dagen, soms tot een 10-tal dagen, dialyse noodzakelijk. Ondanks dat men medicatie krijgt om afstoting te voorkomen, bestaat er toch een kans dat er een afstotingsreactie optreedt. Dit kan zich direct na transplantatie voordoen, maar ook na enkele weken of maanden of zelfs in een later stadium. Verschijnselen hiervan die kunnen optreden zijn koorts, verhoogde bloedsuikers, achteruitgang van nierfunctie, een gevoelige pancreas en/of nier, zure urine (lage pH) of zich 'niet lekker voelen', zonder hierbij speciale klachten te kunnen aangeven. Naast bloedonderzoek zal er een echo van de buik gemaakt worden. Zoals eerder vermeld zijn er inderdaad nog andere redenen waarom een transplantnier minder goed kan functioneren (bijv. de toediening van cyclosporine - zie medicatie / cyclosporine). Daarom is het vaak noodzakelijk een nierbiopsie te verrichten.Onder plaatselijke verdoving wordt een klein stukje van de nier afgenomen door middel van een fijne naald. In het laboratorium kan men dan rechtstreeks de toestand van de transplantnier onderzoeken. Wijst de uitslag op een afstoting dan wordt een anti-rejektie medicatie gestart. Een afstoting is bijna altijd omkeerbaar. . Dit is één van de redenen waarom men de eerste maanden na transplantatie zeer frequent op kontrole moet komen.
Nier-pancreastransplantatie stelt de patiënt bloot aan een licht verhoogd risico van heelkundige complicaties en een hoger infectieus risico. Daartegenover staat het perspectief van normale glycemieregeling, met bescherming van de transplantnier tegen recidief van diabetische nierinsufficiëntie, minstens een stabilisatie van de diabetische complicaties en verbeterde levenskwaliteit door insulineonafhankelijkheid.
De ernstigste complicaties zijn uiteraard deze die met de bloedvoorziening van nier en pancreas te maken hebben. Dit is enerzijds de bloeding, anderzijds de trombose ( verstopping door een klonter). Gelukkig treden deze verwikkelingen vrij zeldzaam op.
Belangrijk zijn ook de verwikkelingen ter hoogte van de urinewegen, hier kan lekkage of vernauwing optreden. Ook deze verwikkelingen hebben hun weerslag op de nierfunctie. Men heeft ook kans op urologische complicaties tgv. enzymatische inwerking.
Beide types van verwikkelingen worden meestal operatief verholpen. Vrijwel steeds bereikt de patiënt hierna een volledig herstel.
Een infectie ter hoogte van de wonde is door diabetes mogelijk maar die blijft uiterst zeldzaam en is meestal met antibiotica te genezen.
Wanneer een afstotingsreactie is vastgesteld, kan men op verschillende manieren behandeld worden. Als eerste behandeling wordt meestal gekozen voor een hoge dosis cortisone (Solu-Medrol), wat via een infuus in de arm wordt toegediend gedurende 3 dagen. Indien de afstoting onvoldoende onder kontrole komt wordt er dikwijls overgeschakeld op een andere behandeling.
In een dergelijke situatie kan de afstoting vaak effectief behandeld worden door toediening van antistoffen gericht tegen uw eigen witte bloedlichaampjes. Dergelijke met antistof behandelde cellen dragen niet meer bij tot de afstotingsreactie. Dit uit konijnen verkregen antiserum heet anti-thymocytenglobuline (ATG. Bij de eerste dosis kan ATG hevige bijwerkingen hebben, zoals koorts, koude rillingen, braken en diarree. In het algemeen is de afstotingsreactie hiermee onder controle. Indien dit niet zo is, dan kan nogmaals prednison gegeven worden en een op ATG gelijkend middel.