KIM DALLENES, LEVER- EN PANCREASTRANSPLANTATIEPATIËNT
'Toen telefoontje kwam, wist ik niet waar ik het had'
Kim Dallenes (24) heeft al sinds zesjarige leeftijd diabetes. Rond haar twaalfde werd ook een autoimmuunziekte vastgesteld, die zowel haar milt als haar lever aantastte. Begin 2002 onderging ze een leverpancreastransplantatie. Daarmee was ze in een keer van haar suikerziekte en haar leverprobleem verlost. 'De jaren voor de transplantatie was ik heel vaak moe. Van een uitstapje moest ik een of twee dagen recupereren, en mijn studies heb ik moeten stopzetten. Op de duur kreeg mijn huid ook een gelige kleur. Ik durfde niet meer op straat uit schrik voor al die blikken.
Ik was nog geen twintig toen een levertransplantatie zich opdrong. Toen de dokter voorstelde om die te combineren met een pancreastransplantatie, voelde dat eerst als een extra opdoffer. Maar hij wees me erop dat het een mooi geschenk was. Ik zou geen insuline meer moeten spuiten en op vaste tijdstippen moeten eten. Dat heeft me overtuigd.
Na vijf maanden op de wachtlijst was het zover. Je zit er al die tijd mee in je hoofd, maar toen dat telefoontje kwam, wist ik niet waar ik het had. Ik was niet blij, maar bang. Na de ingreep heb ik nog vijf weken in het ziekenhuis gelegen. Het was een zware periode. Sindsdien heb ik een keer een ernstige afstotingsreactie gehad en ben ik nog een aantal keer opgenomen.
Maar momenteel gaat het goed met me. Vooral het feit dat ik geen insuline meer hoef te spuiten en mijn maaltijden niet altijd moet plannen, is een hele verlossing. En ook die vermoeidheid is voorbij. Als ik nu nog eens moe ben, is het gezond moe.'