HOME
 

 

 

Immunosuppressie betekent dat het natuurlijke verdedigingsmechanisme van het lichaam  in zekere mate onderdrukt wordt.
De immunosuppressieve behandeling is erop gericht met de voorgeschreven geneesmiddelen een stabiele impregnatie van het organisme te bekomen. Dat betekent dat zij regelmatig gespreid over de dag ingenomen moeten worden.

Getransplanteerde patiënten worden voor de rest van hun leven behandeld tegen afstoting. Onmiddellijk na de transplantatie worden de geneesmiddelen verder toegediend die een afstotingsreactie moeten voorkomen.
De dagelijkse dosis van deze geneesmiddelen is in het begin, na de transplantatie, vrij hoog.  De dosis wordt progressief verminderd in de loop van de eerste maanden.  Het is de verantwoordelijke arts die zal beslissen in welke mate en wanneer de dosis wordt verminderd.
Deze geneesmiddelen hebben nevenwerkingen.  Die zijn vrij duidelijk aanwezig in het begin als de dosis hoog is.  Iedereen is verschillend = iedereen reageert verschillend op de medicamenten.
In het begin worden de drie geneesmiddelen gecombineerd.  Op die manier worden de nevenwerkingen gespreid.

De behandeling bestaat uit verschillende geneesmiddelen die elkaar qua werking aanvullen. Jammer genoeg maakt ze de patiënt kwetsbaarder voor infecties zowel met virussen als met bacteriën en schimmels (zie complicatie / Infectieuse complicaties).
Wij beschouwen hier enkel de conventionele behandeling tegen afstoting. In de periode onmiddellijk na de ingreep of in geval van recidiverende afstotingsverschijnselen die niet reageren op de eerste behandeling, worden andere substanties gebruikt.

De keuze van de geneesmiddelen die door een patiënt gebruikt zullen worden, hangt enerzijds af van de factoren die aanwezig waren bij de donor en anderzijds van factoren bij de patiënt zelf. De associatie die vandaag meestal gebruikt wordt bestaat uit cyclosporine (SandimumR of NeoralR), azathioprine (ImuranR) en prednison (DeltacortrilR of MedrolR). Deze tritherapie met betrekkelijk lage doses van elk geneesmiddel maakt een doeltreffende bescherming mogelijk tegen afstotingsverschijnselen. Omdat het hier gaat om krachtige geneesmiddelen hebben deze spijtig genoeg ook enkele nevenwerkingen.

Verder moet men weten dat er interacties kunnen bestaan tussen verschillende geneesmiddelen, die deze "impregnatie" wijzigen. 
Zo kan de inname van bepaalde antibiotica de eliminatie van cyclosporine versnellen en dus het gehalte ervan in het bloed doen dalen ... zodat U onvoldoende beschut bent. In dat geval zal men U verzoeken om tijdelijk de dagelijkse dosis cyclosporine op te drijven. Omgekeerd kunnen bepaalde andere geneesmiddelen de eliminatie van cyclosporine vertragen, zodat de bloedspiegel stijgt en de nevenwerkingen toenemen. In dat geval moet de dagelijkse dosis verlaagd worden.

Correct gebruik van geneesmiddelen
In de praktijk wordt maar liefst 50% van alle medicatie niet, onvoldoende of verkeerd gebruikt! Het gebruik van medicatie heeft echter alleen zin wanneer ze correct worden gebruikt. Dat wil zeggen nauwkeurig volgens het voorschrift van de arts.
Wanneer u geen of te weinig medicatie gebruikt (= onderdosering), loopt u een groot risico dat weefsel- of orgaanafstoting plaatsvindt of dat de ziekte die u heeft verergert. Gebruik daarom zonder overleg nooit minder medicatie dan is voorgeschreven.
Wanneer u te veel medicatie gebruikt (= overdosering), kan dat leiden tot ongewenste bijwerkingen en zelfs tot ziekenhuisopname. Gebruik daarom zonder overleg niet méér medicatie dan is voorgeschreven.
Overleg eerst met uw arts voordat u de dosering verhoogt.
Vraag uw arts of apotheker om uitleg als u niet precies (meer) weet hoe u uw medicatie moet gebruiken of wanneer u dat bent vergeten. Elke zelfmedicatie is dus volstrekt uit den boze. U moet uw huisarts vragen om contact op te nemen met uw behandelende nefroloog voordat hij u een nieuw geneesmiddel voorschrijft.

Copyright © 2003-2011 Erna's Diabetes-transplantatie - Disclaimer - Webmaster -