HOME
 

 

 

PROF. DR. LUC VAN GAAL

TRANSPLANTATIE
Pancreastransplantatie roept diabetes halt toe

PROF. DR. LUC VAN GAAL
DIENSTHOOFD DIABETOLOGIE, METABOLE ZIEKTEN EN NUTRITIEPATHOLOGI
E

Een pancreastransplantatie als behandeling van diabetes? Het antwoord is ja, maar. Omdat elke transplantatie belangrijke nadelen en risico’s inhoudt, is de ingreep uitsluitend gereserveerd voor type 1-diabetespatiënten bij wie de suikerziekte nog nauwelijks leefbaar of zelfs levensbedreigend is. ‘Je moet een transplantatie zien als eindpunt in een hele reeks therapiemogelijkheden’, zegt prof. dr. Luc Van Gaal, diensthoofd diabetologie, metabole ziekten en nutritiepathologie.

Pancreastransplantaties sinds 2003
In 1989 vond in het UZA de eerste nierpancreastransplantatie plaats, een primeur voor Vlaanderen. De ingreep gebeurt uitsluitend bij patiënten van wie de nieren zijn aangetast door diabetes. Eind 2003 geleden startte het ziekenhuis ook met niet-gecombineerde pancreastransplantaties, met andere woorden transplantaties van het het pancreasorgaan alleen.

Niet voor alle diabetici
'In tegenstelling tot diabetes type 2, ook wel eens ouderdomsdiabetes genoemd, wordt diabetes type 1 veroorzaakt door een immuunziekte. Die heeft als gevolg dat de pancreas geen insuline aanmaakt. Als we bij deze patiënten een succesvolle pancreastransplantatie uitvoeren, zijn ze van hun diabetes genezen', zegt dr. Christophe De Block van de dienst diabetologie.
Toch zal een pancreastransplantatie nooit een standaardbehandeling van diabetes zijn. Het organentekort nog buiten beschouwing gelaten, zijn aan een transplantatie ook belangrijke nadelen verbonden. De operatie is bijzonder zwaar en door de afweeronderdrukkende medicatie die de patiënt blijvend moet nemen, is hij veel gevoeliger voor infecties. Op lange termijn loopt hij ook meer risico op kanker.
'Omdat die nadelen en risico's niet opwegen tegen het ongemak en eventuele complicaties die een goed gecontroleerde diabetes met zich meebrengt, komt maar een heel beperkt aantal patiënten voor een pancreastransplantatie in aanmerking', zegt dr. Wendy Engelen, verbonden aan de dienst diabetologie.
'Een pancreastransplantatie is het eindstadium in een hele reeks behandelingsmogelijkheden. Andere therapievormen zijn bijvoorbeeld een geoptimaliseerde insulinebehandeling met vier injecties per dag of een insulinepomp', vult Van Gaal aan.

Wie komt in aanmerking?
Patiënten die voor een pancreastransplantatie in aanmerking kunnen komen, zijn type 1-diabeten met ernstige verwikkelingen. Eén daarvan is de zogenaamde hypoglycemia unawareness.
'Bij een hypoglycemie of kortweg hypo is de bloedsuikerspiegel te laag. De meeste mensen voelen dit doordat ze last krijgen van onder meer transpiratie, een wazig zicht, een hongergevoel en op de duur ook concentratie- en coördinatieproblemen. Maar sommige patiënten hebben dit gewoon niet in de gaten. Dat kan heel gevaarlijk zijn, aangezien je bij een ernstige hypo in coma kunt raken', legt De Block uit.
Een andere verwikkeling die aanleiding kan geven tot een transplantatie, is invaliderende zenuwaantasting. De patiënten in kwestie lijden vaak erge pijn, hebben belangrijke gevoelsstoornissen en zijn dikwijls moeilijk te been.
Potentiële kandidaten voor een transplantatie ondergaan een uitgebreide screening. Ze moeten bijvoorbeeld een stabiele nierfunctie hebben. Als ze op de wachtlijst worden toegelaten, gaan er gemiddeld een zestal maanden overheen tot er een donorpancreas vrijkomt.

Na de transplantatie
Na de operatie is er nog een herstelperiode van al gauw zes maanden tot een jaar. Als alles goed gaat, wint de patiënt sterk aan levenskwaliteit.
'Het probleem van de hypo's is zonder meer opgelost', weet Engelen. 'Wat de zenuwaantasting betreft, moeten we voorzichtiger zijn. We kunnen bijvoorbeeld niet beloven dat een patiënt die nog nauwelijks kan lopen, weer vlot te been zal zijn. Maar de pijn is weg of alleszins een stuk minder, en het aantastingsproces wordt stopgezet.'
'Volgens de literatuur kan er nog tot tien jaar na de transplantatie verbetering optreden in de zenuwfunctie, zowel wat gevoel als coördinatie van bewegingen betreft', voegt De Block eraan toe. 'Een beginnende nieraantasting kan zich binnen vijf jaar volledig herstellen en een diabetische oogaandoening stabiliseert zich meestal. Heel belangrijk is ook dat de patiënt geen risico op verdere complicaties heeft.'
Na tien jaar is tachtig procent van de pancreassen nog in een goede staat.
'Als het orgaan wordt afgestoten, kan de patiënt nog altijd terug naar een insulinebehandeling. Dat is niet aangenaam, maar zijn leven komt alleszins niet in gevaar', aldus nog Engelen.

EILANDJESTRANSPLANTATIE
Een nieuwe piste binnen de behandeling van diabetes is de zogenaamde eilandjestransplantatie, een techniek die zich op dit ogenblik nog in een onderzoeksfase bevindt. In plaats van een volledige pancreas te transplanteren, wordt een gedeelte ervan – de pancreaseilandjes - uit het orgaan gedestilleerd. Het zijn deze eilandjes die verantwoordelijk zijn voor de insulineproductie. Het weefsel wordt in een kweekstof bewaard en vervolgens via de grote ader in de lever van de patiënt gespoten. Daar ontwikkelen de eilandjes zich verder en gaan ze insuline aanmaken.
‘Zes van onze patiënten zijn binnen het kader van een onderzoeksproject op deze manier getransplanteerd. De ingreep is een stuk minder belastend dan een volledige pancreastransplantatie, al zijn de nadelen en risico’s op langere termijn dezelfde’, legt prof. dr. Luc Van Gaal uit.
Momenteel zijn voor deze methode nog twee tot drie pancreasorganen per patiënt nodig. Maar met verbeterde vermenigvuldigingstechnieken of door gebruik te maken van stamcellen, zou er net minder weefselmateriaal nodig zijn. Dat zou een oplossing kunnen betekenen voor het organentekort.
‘De laatste jaren hebben we zowel in dit domein als op het vlak van de klassieke pancreastransplantatie heel belangrijke stappen gezet’, aldus nog Van Gaal.

© Universitair Ziekenhuis Antwerpen

 

Copyright © 2003-2011 Erna's Diabetes-transplantatie - Disclaimer - Webmaster -