Een geslaagde nierpancreastransplantatie blijft een gebeuren dat een patiënt zijn leven ingrijpend verandert. Naarmate de nier/pancreasfunctie zich hersteld zal men zich niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch gaan beter voelen.
Het is echter niet ongewoon dat de herstelperiode enige tijd duurt. In de eerste weken na her ontslag uit het ziekenhuis zal men zich thuis nog regelmatig onzeker voelen. Als men zich zorgen maakt over zijn gezondheidstoestand, mag men niet aarzelen een dokter te raadplegen. Hierdoor zal men stilaan terug vertrouwd worden met het “anders” functioneren van zijn lichaam.
Het is ook zeer normaal dat men aanvankelijk nog vlug vermoeid is, evenals de gewichtstoename, de soms opgezwollen wangen en de vermeerderde haargroei is het een tijdelijk verschijnsel dat gewoonlijk langzaam verdwijnt. Stilaan zal men merken dat zijn conditie verbetert en dat men staat is terug een aantal verantwoordelijkheden en taken op zich te nemen. Dit zal ongetwijfeld zijn weerslag hebben op de patiënt zijn gezinsleven en kan soms onderlinge wrijvingen geven. Heel het gezin dient zich immers eveneens terug aan te passen aan de nieuwe situatie.
Het is niet te verwonderen dat al deze veranderingen veel innerlijke spanningen meebrengen. Daarom is het belangrijk deze gevoelens niet op te kroppen, maar er met zijn partner, een vertrouwenspersoon, een hulpverlener over te praten. In dien men het wenst kan men er met de maatschappelijke werkster van het transplantatiecentrum dienst nefro over spreken.
Men moet beseffen dat de angst voor afstoting, de dagelijkse stipte inname van zijn medicatie, de mogelijke consequenties van deze medicatie, de regelmatige medische controles, hindernissen zullen blijven waarmee men telkens zal geconfronteerd worden. Wanneer men zich hiermee verzoent, zal het gemakkelijker zijn om al deze hinderpalen uiteindelijk te integreren als deel van zijn leven.