Al een paar dagen na de transplantatie kan gestart worden met voeding. Gedurende 1 à 2 dagen worden licht verteerbare maaltijden geserveerd.
Na een nier-pancreastransplantatie speelt voeding een belangrijke rol. Deze rol is duidelijk anders dan vóór de transplantatie. Een nier-pancreastransplantatie is een ingrijpende grote operatie. Het lichaam zal veel energie nodig hebben om goed te kunnen herstellen. Daarom is het van groot belang dat men na de operatie goed en voldoende eet, wat zeker de eerste weken niet meevalt! De diëtist van de afdeling zal snel met de patiënt in contact treden om goede afspraken te maken over het eten. In deze fase wordt een persoonlijk voedingsschema opgesteld dat zoveel mogelijk rekening houdt met de patiënt wat betreft zijn smaak en eetgewoonte.
Op de langere termijn, te beginnen na ontslag uit het ziekenhuis, is het van belang de "Richtlijnen voor een Goede Voeding" in acht te nemen. Hierover zal nadere uitleg gegeven worden. . Deze maatregelen zijn afhankelijk van de nier – en pancreasfunctie op dat moment. Naarmate deze evolueert wordt het dieet versoepeld .
Tevens zal aandacht geschonken worden aan transplantatie gerichte voedingsadviezen, zoals het voorkomen van voedselinfecties. Voedingsmiddelen zoals ijsroom, rauw vlees en rauwkost worden omwille van infectiegevaar voorlopig van het menu geschrapt. Het kan eveneens nodig zijn om de inname van vocht, eiwit, zout en kalium aan te passen. Men moet ook rekening houden met medicatie gerelateerde bijwerkingen. Prednison kan bijvoorbeeld een overmatig hongergevoel geven en Neoral heeft een ongunstig effect op het cholesterolgehalte. Met adequate voeding kan dit gunstig beïnvloed worden.